News - Nieuwe Bedrijfsregeling Brandregres 2014

Nieuwe Bedrijfsregeling Brandregres 2014

Nederlandse verzekeraars verhogen de kosten voor bedrijven

Op het moment dat de crisis ongenadig hard toeslaat en bedrijven de recent aangekondigde bezuinigingsmaatregelen nog moeten verwerken, doen brandverzekeraars onverwacht ook een duit in het zakje. Per 1 januari 2014 gaat de nieuwe Bedrijfsregeling Brandregres 2014 (Bbr 2014) in, met als direct gevolg dat premies zullen stijgen, bedrijven mogelijk onder- of onverzekerd zullen zijn en de kans op faillissement toeneemt.

Unieke regeling

Sinds 1953 kent Nederland als enige land een unieke regeling die een bij het Verbond van Verzekeraars aangesloten brandverzekeraar beperkt in zijn wettelijke mogelijkheid om verhaal te nemen op diegene die de schade heeft veroorzaakt. Op bedrijven kan verhaald worden tot een bedrag van € 500.000,-. Hierbij geldt de bewust gekozen additionele drempel dat er wel sprake moet zijn van ‘onzorgvuldig handelen’. Een prima werkende regeling die van oorsprong is ontstaan omdat onbeperkt verhaal tot gevolg zou kunnen hebben dat bedrijven geen afdoende aansprakelijkheidsverzekering konden afsluiten en bij een schade tot (de rand van) een faillissement gebracht zouden worden. Door het verhaalsrecht te maximeren tot € 500.000,- en in de aansprakelijkheidsverzekering een dekking te bieden tot maximaal hetzelfde bedrag, ontstond een werkbare en bovenal betaalbare oplossing. De brandverzekeraar kon op die manier ook optimaal inhoud geven aan zijn rol als ‘beschermer tegen grote catastrofes’.

Gefaseerde afschaffing

Iedereen tevreden toch? Niet helemaal. Een klein aantal verzekeraars erkent de regeling niet. Daarnaast staat de regeling onder aanvoering van een op de Nederlandse markt actieve buitenlandse brandverzekeraar sinds 2002 binnen het Verbond van Verzekeraars sterk ter discussie. Met name die buitenlandse brandverzekeraars voelen zich benadeeld door het verplichtende karakter. Met als belangrijkste argument dat Nederland het enige land is dat een dergelijke regeling kent. Begin 2012 neemt het Verbond van Verzekeraars een principe besluit tot een gefaseerde afschaffing van de regeling voor de zakelijke markt. Een concreet voorstel dient uitgewerkt te worden, waarbij voor het afschaffen een periode van 3 tot 5 jaar werd genoemd.

Onverwachtse wending: afschaffing per 1 januari 2014

In juni 2013 publiceert het Verbond van Verzekeraars op haar website een definitieve en gewijzigde regeling, welke inhoudt dat de regeling voor de zakelijke markt niet gefaseerd, maar direct per 1 januari 2014 afgeschaft zal worden. Ook is het criterium onzorgvuldig handelen uit de regeling verdwenen. De argumentatie die het Verbond van Verzekeraars hanteert is 'dat het bezwaarlijk is dat geen regres kan worden genomen op bedrijven die (brand)gevaarlijke werkzaamheden uitvoeren en die daarom ook niet genoodzaakt zijn om extra aandacht aan (brand)preventie te besteden'. Ook leidt volgens het Verbond van Verzekeraars de brandregresregeling op de zakelijke markt 'tot (te) veel verstoring van de concurrentieverhoudingen tussen leden en niet-leden van het Verbond van Verzekeraars'.

Onderbouwing ontbreekt

Het zure in dit hele verhaal is dat iedere gefundeerde of cijfermatige onderbouwing om de regeling af te schaffen ontbreekt. En bovendien, wat is dan het voordeel voor een bedrijf? De praktijk leert dat brandverzekeraars momenteel sowieso weinig gebruik maken van de mogelijkheid om regres te nemen. Waarom dan toch het Nederlandse bedrijfsleven versneld opzadelen met hogere kosten en grotere onzekerheid of het verzekerd bedrag voldoende is? En diezelfde bedrijven een tijdsbestek van pakweg 4 maanden op te leggen om de aanpassingen door te voeren? Misschien is het leidende argument dan toch de mogelijkheid om meer premie te kunnen verdienen.

De door het Verbond van Verzekeraars aangevoerde argumenten raken kant noch wal. Allereerst het argument van preventie, wat nota bene destijds een argument was om de regeling in te voeren. De premies voor brandverzekeringen dalen nog steeds en er worden in de polis nauwelijks harde eisen op het gebied van preventie gesteld. Verder kunnen verzekeraars nu wel degelijk verhaal nemen en gebeurt dat ook in de praktijk als er sprake is van onzorgvuldig handelen. Door het wegvallen van het criterium onzorgvuldig handelen ontstaat nu een onbeperkt verhaalsrecht. Of moet een bedrijf vertrouwen op de mogelijkheid van mogelijke matiging door een rechter? Vanuit bedrijfscontinuïteit gezien zou dat een hele slechte beslissing zijn.

Ook het feit dat de mededingsautoriteiten niet openlijk hebben verklaard zich niet langer achter de regeling te kunnen scharen, staat haaks op de argumentatie vanuit het Verbond van Verzekeraars omtrent de verstoring van concurrentieverhoudingen. Hetzelfde Verbond van Verzekeraars schrijft in de Bbr 2014 voor dat verzekeraars niet van de nieuwe regeling mogen afwijken. Dit aspect laat zich ook niet lezen als een verbetering van de concurrentieverhoudingen op de Nederlandse markt; eerder het tegenovergestelde.

Gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven

Er lopen in Nederland vele initiatieven om het sterk aangetaste imago van de verzekeringsbranche te verbeteren. Ook de Autoriteit Financiële Markten heeft in 2013 als actueel thema ‘Klantbelang Centraal’. Het behoeft geen toelichting dat de Bbr 2014 noch het imago noch het klantbelang goed zullen doen.De nieuwe Bedrijfsregeling betekent dat de lopende aansprakelijkheidsverzekering onvoldoende dekking biedt voor dit onbeperkte verhaalsrecht. De bestaande beperking tot een bedrag van € 500.000,- moet dus uit de polis gehaald worden. Verder moet ieder bedrijf een vernieuwde inschatting maken van wat een adequaat bedrag is om dit onbeperkte verhaal het hoofd te bieden. Dit speelt met name in die situaties dat brand op de eigen locatie kan leiden tot brandschade aan naburige panden en in het geval dat werkzaamheden bij derden aldaar kunnen leiden tot brand. Gezien de sterk toegenomen kans op verhaal zal dit vermoedelijk bij ieder bedrijf leiden tot een hoger verzekerd bedrag op de aansprakelijkheidsverzekering.

Beide aanpassingen betekenen een premieverhoging voor de aansprakelijkheidsverzekering. Ter illustratie: toen destijds de beperking tot € 500.000,- werd ingevoerd gingen bedrijven in de categorie ‘brandgevaarlijk’ en ‘zeer brandgevaarlijk’ respectievelijk 10% en 30% meer premie betalen. Het valt sterk te betwijfelen of de recht evenredige en logische verlaging van de premies van de brandverzekering ook plaats zullen vinden. Verder is het de vraag welke aanvullende preventie-eisen de aansprakelijkheidsverzekeraar zal gaan eisen om de bestaande polis te verlengen dan wel het verzekerd bedrag te verhogen naar een adequaat bedrag. Als een verhoging al überhaupt in te kopen is tegen een betaalbare premie.

Door de vele onduidelijkheden in de nieuwe regeling en door niet te kiezen voor een gefaseerde afschaffing, is het bedrijfsleven na de verhoging van de assurantiebelasting in 2013 ook in 2014 wederom de dupe. Hogere verzekeringspremies, meer onzekerheid en meer en hogere uitgaven aan experts en advocaten. Het simpele feit dat nota bene nog voordat de regeling van kracht is een individuele verzekeraar nu al een andere interpretatie heeft van de regeling dan het Verbond van Verzekeraars, doet vrezen voor de toekomst.

Oplossing Schouten Zekerheid

Vanzelfsprekend heeft Schouten Zekerheid voor de lopende aansprakelijkheidsverzekeringen concrete oplossingen. Op korte termijn zullen alle klanten hier persoonlijk over geïnformeerd worden. Heeft u vragen over de nieuwe Bedrijfsregeling Brandregres 2014 neemt u dan contact op met uw accountmanager of de heer Jhalmar de Vaal.

Datum van publicatie: 9 October 2013