News - am:web: "Een leven lang verzekeren: Rob van Os vier decennia bij Schouten Zekerheid"

am:web: "Een leven lang verzekeren: Rob van Os vier decennia bij Schouten Zekerheid"

Op 1 januari was Algemeen directeur Rob van Os 40 jaar in dienst bij Schouten Zekerheid. In een interview met am:web blikt Rob terug op de veranderingen binnen de verzekeringsbranche in de afgelopen vier decennia én kijkt hij vooruit naar de toekomst. 

Algemeen directeur Rob van Os (61) is deze maand op de kop af 40 jaar in dienst bij Schouten Zekerheid. Sommige discussies van zijn beginperiode in de branche ziet hij nu nog terugkeren, zoals over verzekeraars die steeds meer ‘direct’ gaan. Van een afscheid wil hij voorlopig nog niets weten.

Wat herinner je je nog van je entree bij Schouten?

“Het was toen nog Schouten Assurantiën. De toenmalige directeur/eigenaar en naamgever Jaap Schouten heeft me nog aangenomen. Hij zocht iemand die hij overal voor kon inzetten. Ik ben begonnen met debiteurenbeheer en rekening courant controle. Ontzettend saai werk, maar ik heb wel geleerd hoe belangrijk het is dat dit soort administratieve processen op orde zijn.”

Werken in verzekeringen, was dat een jongensdroom?

Lacht. “Nee, wie wil dat nou als hij jong is. Na de middelbare school was er geen geld om te studeren dus ben ik maar gaan solliciteren. Heel toevallig kwam ik terecht bij de RVS in Rotterdam. Ik kon meteen beginnen. Daarna heb ik nog kort als afslager gewerkt bij de groenten- en fruitveiling Zuid Holland Zuid in Barendrecht. Was ook wel logisch, want mijn vader en broers waren tuinders. Toch bleef de verzekeringsbranche me trekken, maar dan meer de wereld van tussenpersonen en de makelaardij in verzekeringen. Na het behalen van mijn Assurantie B-diploma kon ik aan de slag bij Schouten Assurantiën”

Hoe zag de verzekeringswereld er in 1979 uit?

“Het was allemaal nog heel traditioneel. Het is nu niet meer voor te stellen maar er waren toen allerlei overlegorganen waarin onder andere verzekeraars afspraken met elkaar maakten. Er werden herenakkoorden gesloten en voor de rest was de branche behoorlijk naar binnengericht. Ik heb nog meegemaakt dat de assurantiebeurs een fysieke beurs was. Mensen kennen was heel belangrijk. En af en toe een zaak doen in de kroeg was heel gewoon. AFM, DNB en NMa waren nog lang niet in beeld. Het is nu veel scherper, strakker, stringenter en transparanter. En dat is gezien de veranderde omstandigheden ook wel beter.”

Is dat iets om met weemoed op terug te kijken?

“Zonder daar al te romantisch over te doen ben ik ervan overtuigd dat het beter is voor de maatschappelijke betekenis van de verzekeringsbranche dat er nu veel meer transparantie is. Zo heeft iedere periode zo’n voor- en nadelen.”

Welke discussies speelden er aan begin van je carrière en zie je nu nog terugkeren?

“Ik herinner me nog dat de Postbank onderdeel werd van Nationale-Nederlanden. Via de toenmalige NVA werd opgeroepen tot een boycot van Nationale-Nederlanden. Dat zou nu ondenkbaar zijn door mededingingstechnische regels. Toen kon je als brancheorganisatie meer een vuist te maken dan nu. De zorg is nu feitelijk nog hetzelfde. Veel grote verzekeraars ontplooien ook online activiteiten, terwijl ze groot zijn geworden door het intermediair. Dat is ook zo, maar tijden veranderen in rap tempo en de klant bepaalt tegenwoordig steeds meer zelf hoe hij bediend wil worden. Het is aan ons om te voorkomen dat consumenten rechtstreeks zaken gaan doen. Wij zullen steeds meer waarde moeten toevoegen in de keten om ons bestaansrecht te garanderen. En daar slagen we bij Schouten Zekerheid heel goed in.”

Speelde de discussie over beloning 40 jaar geleden ook?

“Totaal niet. Ik ben ook nooit een voorstander geweest van een verbod op provisie op vermogensopbouwende producten. Het heeft er alleen maar toe geleid dat de toegankelijkheid voor goed advies via het intermediair lastiger is geworden. Dat er vroeger in de levenmarkt dingen zijn gebeurd die uitermate ongelukkig zijn kan ik niet ontkennen. Daar had provisietransparantie een goede zaak geweest. Dit in tegenstelling tot de schademarkt. Wat voor het Verbond van Verzekeraars nu de werkelijke reden is om maar te blijven pleiten voor actieve provisietransparantie blijft voor mij raden. Daar lossen we geen enkel probleem mee op als dat er al zou zijn! Bij ons weten klanten al heel lang dat een bepaald percentage van de premie onze beloning is. Ook voor de grote zakelijke klanten met vaak forse premies is dat geen probleem.”

Hoe voegt Schouten Zekerheid waarde toe aan het advieswerk?

“Door bewust te sturen op een bepaalde schaalgrootte waardoor je extra kunt investeren in ICT en andere stafdiensten waardoor je een interessante partij blijft voor je medewerkers en nieuwe medewerkers en dus ook voor verzekeraars. Zo investeren we heel veel in de ontsluiting van onze back-office door zeg maar internet bankieren-achtige oplossingen om onze klanten gemak en efficiency te kunnen bieden. Daarnaast moet je de juiste strategische keuzes maken. Als je heel klein bent kan je je aansluiten bij een serviceprovider of je handel brengen bij verzekeraars die exclusief voor het intermediair gaan. Als intermediair van onze grootte moet je je eigen keuzes maken. Wij zijn ons echt gaan richten op de zakelijke markt. Niet alleen maar verzekeringen maar ook additionele concepten die daar mee samen hangen. Daarnaast richten wij ons op proposities voor specifieke branches. Daar kunnen wij heel veel waarde toevoegen. Ook belangrijk is te weten waar je niet goed in bent. Hypotheken, individueel leven en uitvaart doen we niet meer zelf. Ook dit zijn specialismen waar je in moet investeren anders is het economisch niet verantwoord.”

Hoe zie je je eigen toekomst in de branche?

“Ik heb met mijn medeaandeelhouder en commissarissen afgesproken dat ik voorlopig nog wel even blijf. Een leven zonder verzekeren en Schouten Zekerheid leiden, ik moet er niet aan denken. Welke uitdagingen er ook zijn, ik ga nog iedere dag met veel plezier naar mijn werk. Als ik het over mocht doen zou ik precies weer zo doen.”

Bron: am: web
Eerste publicatie door Robert Paling op 7 jan 2019Datum van publicatie: 18 januari 2019