Wat houdt het nieuwe pensioenakkoord in?

De vakbonden FNV, CNV en VCP hebben ingestemd met het pensioenakkoord. Dit betekent dat het kabinet, werkgevers en vakbonden het eens zijn geworden over de hoofdlijnen van het nieuwe pensioenstelsel en er gestart kan worden met de uitwerking. Maar wat houdt het nieuwe pensioenakkoord eigenlijk in? Wij lichten de gemaakte afspraken uitgebreid toe. 

In dit artikel geven wij een uitgebreide toelichting op het pensioenakkoord, op basis van de volgende onderdelen:

  • De AOW.
  • Vervroegd pensioen voor mensen met een zwaar beroep.
  • Pensioen voor ZZP'ers.
  • Pensioenregelingen voor alle werknemers.

AOW

De AOW-leeftijd stijgt langzamer dan vóór het pensioenakkoord was vastgesteld. In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van de AOW-leeftijd opgenomen tot en met 2024. Hierbij ziet u een vergelijking tussen de huidige wetgeving en het principeakkoord. Vanaf 2025 sijgt de AOW-leeftijd met twee maanden (dit was drie maanden) als de gemiddelde levensverwachting met drie maanden stijgt. De AOW-leeftijd moet vijf jaar van tevoren bekend worden gemaakt, dus dient aan het einde van dit jaar de AOW-leeftijd voor 2025 te worden vastgesteld.

 Jaar Volgens principeakkoord  Volgens huidige wetgeving
 2019 66 jaar en 4 maanden 66 jaar en 4 maanden
 2020 66 jaar en 4 maanden 66 jaar en 8 maanden
 2021 66 jaar en 4 maanden 67 jaar
 2022 66 jaar en 7 maanden 67 jaar en 3 maanden
 2023 66 jaar en 10 maanden 67 jaar en 3 maanden
 2024 67 jaar 67 jaar en 3 maanden


Vervroegd pensioen voor mensen met een zwaar beroep

Werkgevers die werknemers ontslaan en een ontslagvergoeding toekennen, met als doel hen te voorzien van een inkomen tot de pensioendatum ter hoogte van minimaal 70% van het laatste salaris, kunnen een extra belastingheffing krijgen van 52% van de ontslagvergoeding.

In het pensioenakkoord is tevens vastgelegd dat werknemers met een zwaar beroep maximaal drie jaar vóór de AOW-datum extra uitkeringen mogen ontvangen. Werkgevers hoeven dan geen extra belasting te betalen tot een bruto jaarbedrag van € 19.000,-. Dit is een tijdelijke regeling voor een periode van vijf jaar.

Het wordt ook mogelijk maximaal 100 weken (nu nog 50 weken) verlof te sparen om vervolgens vervroegd uit te treden. Het is nog onduidelijk of pensioenopbouw over salaristoeslagen door onregelmatigheid en overwerk ook ingezet kan worden om eerder te stoppen met werken.

Pensioen voor ZZP'ers

Er wordt nog onderzocht of ZZP'ers zich zouden mogen aansluiten bij een pensioenfonds, waar zij in het verleden pensioen hebben opgebouwd. Er komt in ieder geval geen pensioenplicht voor ZZP'ers. ZZP'ers worden wel verplicht een arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten.

Pensioenregelingen voor werknemers

De veranderingen binnen het werknemerspensioen zijn met name van toepassing binnen bedrijfstakpensioenfondsen, die verreweg het grootste deel van de pensioenmarkt beslaan. Hieronder kunt u deze aanpassingen vinden.

Afschaffing doorsneepremie

De werkelijke kosten van pensioenopbouw nemen toe met de leeftijd. De premie die voor een jongere medewerker wordt gestort, rendeert immers langer door de langere spaarperiode tot de pensioendatum en levert meer rentevergoeding op. Voor eenzelfde pensioen hoeft voor een jongere medewerker dan ook minder premie te worden gestort dan voor een oudere medewerker.

De pensioenpremie die bedrijfstakpensioenfondsen in rekening brengen, is nu echter onafhankelijk van de leeftijd van de deelnemer. Dit geldt ook voor de pensioenopbouw. Deze middelloon systematiek wordt afgeschaft en vervangen door een leeftijdsafhankelijke premie. Hiermee kan een lagere pensioenopbouw worden ingekocht, naarmate de leeftijd hoger is. Dit wordt de premieregeling genoemd.

Fiscaal maximum premiepercentage

Er zal een uniforme leeftijdsonafhankelijke premiegrens gelden, die afhankelijk zal zijn van de marktrente en de levensverwachting. De premiegrens zal gebaseerd worden op de pensioenambitie die nu ook al de wettelijk maximale pensioenopbouw bepaalt. Dit betreft dan een ouderdomspensioen ter grootte van 75% van het gemiddelde loon, op te bouwen in 40 dienstjaren (opbouw = 1,875% per jaar).

Compensatie gemiste pensioenopbouw

Voor werknemers die nu 45 jaar zijn, is bij pensioenfondsen altijd meer premie betaald dan voor hun pensioenopbouw nodig was. Nu zij in de tweede helft van hun werkzame leven komen, is de tijd aangebroken dat er minder premie betaald zou worden dan voor hun pensioenopbouw nodig is. Juist op dit moment veranderen de spelregels en worden zij niet gesubsidieerd door de jongere generatie. Om dit effect teniet te doen moeten de benadeelde mensen een vorm van compensatie krijgen. Hoe deze compensatie zou moeten worden gefinancierd, is nog niet duidelijk.

Volledige opname bedrag in één keer

Het wordt mogelijk 10% van het individuele pensioenvermogen op de pensioendatum in één keer volledig op te nemen. De bestedingsdoeleinden voor dit bedrag zijn nog niet beperkt.

Kortingsregels pensioenfondsen

De regels voor het verlagen van pensioenopbouw door een te lage dekkingsgraad worden tijdelijk versoepeld. De pensioenopbouw hoeft dan niet te worden verlaagd, zolang de dekkingsgraad minimaal 100% bedraagt. De grens ligt nu nog tussen de 104 en 105%. Dit betekent dat pensioenen bij pensioenfondsen in de toekomst sneller kunnen worden verhoogd en verlaagd.

Twee soorten contracten bij pensioenfondsen

De huidige middelloon systematiek wordt vervangen door de premieregeling, zoals hiervoor beschreven. De pensioentoezegging wordt dus niet meer bepaald door de pensioenopbouw, maar door de pensioenkosten. Hierbij worden twee soorten premieregelingen geïntroduceerd 

Aanpassing van uw pensioenregeling

De nieuwe pensioenwetgeving, die waarschijnlijk in 2022 in zal gaan, zal van toepassing zijn op zowel pensioenfondsen als pensioenregelingen in de vrije markt. Dit betekent dat bijna iedere pensioenregeling moet worden aangepast.

Publicatiedatum: 11 juni 2019
Caspar de Waard Specialist Pensioen
Bel 010 - 288 49 54 Stel een vraag Caspar de Waard op LinkedIn
Meer weten? Wij vertellen u alles tijdens onze pensioencursus